Gemeenschapskrant Uit het centrum

‘Je ziet niet aan mensen of ze thuis iemand onderdrukken’

13/11/25

De Nederlandse schrijfster Joke Van Leeuwen kroop voor haar roman ‘Ik dacht dat jij’ in de huid van een man die zijn vriendin klein houdt. Omdat de theaterbewerking geen zwart-witverhaal is, zag acteur Stefaan Degand er geen graten in om de gaslighter van dienst te zijn.

uitgekamd 11/2025 p12-13

De manipulator in Stefaan Degand

Gaslighting is een subtiele vorm van psychologische manipulatie, waarbij een pleger door het verdraaien van feiten iemand, al dan niet bewust, aan zichzelf doet twijfelen. In een relatie is het een sluipend gif, omdat het iemands zelfvertrouwen flink kan aantasten. In Ik dacht dat jij is violiste Zigi het slachtoffer. Stefaan Degand, die haar naamloze partner vertolkt, had het boek van Van Leeuwen nog niet gelezen toen Stefan Perceval hem vroeg of hij de toneelbewerking (van Marit Stocker) wilde brengen. Lang heeft hij niet getwijfeld.

‘Ik vond de bewerking zo goed omdat het geen eenduidig verhaal van een slachtoffer en een dader is’, vertelt hij vlak na de doorloop, in een koffiebar in Berchem. ‘Het manipulatieve hoofdpersonage staat mijlenver van mij af, maar zijn redeneringen zijn soms erg geestig.’ Zegt de acteur die bij het grote publiek doorbrak als het personage dat zijn kak niet kon ophouden in een vipauto in De Ronde en eerder al in de huid kroop van Napoleon en prins Laurent. Toch ook figuren met een hoek(je) af.

Dat Van Leeuwen flink wat humor door haar verhaal vlecht, is spek naar de bek van Degand. ‘Er is niet één kleur. Je kan mijn personage niet meteen in een vakje duwen. Uiteindelijk zal zijn gedrag slechts een stukje van een puzzel blijken. Daarom ligt de klemtoon niet op de vrouw die onderdrukt wordt, noch bij de man die te dominant is. Het blijft bij een vermoeden. Er komt geen fysiek of verbaal geweld aan te pas. Het sluimert en dat maakt het spannender, minder uitleggerig en universeler. Op een gekke manier ook herkenbaarder, want er is altijd wel een irrationele reden waarom iemand de macht wil over een ander. Het heeft vaak te maken met het verleden. Iemand is ooit zelf gekwetst, zit met frustraties of heeft slechte keuzes gemaakt, ook relationeel.’

Macht versus onmacht

Van Leeuwen, die Degand nooit ontmoette of sprak, legde in interviews uit dat onder de macht van haar ik-personage veel onmacht schuilt. ‘Maar ook een kwetsbaarheid, die hij zo min mogelijk wil tonen. Zeker niet in zijn relatie’, vult Degand aan. ‘De essentie is dat hij niet begrijpt dat zijn vriendin hem niet begrijpt. Want híj doet toch niets verkeerd? Zo vindt hij het onbegrijpelijk als ze niet meteen wil komen kijken naar het schilderij ‘dat een nieuwe wending in zijn oeuvre markeert’, al zit ze op dat moment in bad. Hij sleurt haar niet uit de badkamer om haar met haar neus op het schilderij te drukken. Hij laat het, als ze even later graag wil kijken, omgedraaid tegen de muur staan. ‘Te laat.’ Als je zo iemand vertolkt, moet je voorkomen dat het publiek meteen denkt: ‘Met die gast wil ik niets te maken hebben.’ Je moet ervoor zorgen dat ze met hem meevoelen. Buitenshuis is hij ook erg charmant. Je ziet niet aan mensen of ze thuis iemand onderdrukken.’

Zigi wordt vertolkt door Melissa. Ze is ervaringsdeskundige en een van de zogenaamde hartenspelers van het Turnhoutse gezelschap Het Gevolg, dat via participatieprojecten met kwetsbare doelgroepen werkt. ‘Dat Melissa geen doorsnee actrice is, zorgt voor een extra laag en maakt alles fris en spannend. Ook al zegt ze slechts af en toe iets, voor mij is zij de motor, de adem van de voorstelling.’ De twee worden op gitaar begeleid door Kris Auwers. ‘De beknelling van wat niet expliciet gezegd wordt, sluipt via de muziek binnen’.

Laat maar komen

Degand wisselde het voorbije decennium theater- en tv-passages af. Nu probeert hij zich op één ding tegelijk te focussen. Een uitzondering maakt hij wel voor Nodus, de vzw van zijn vriendin Elien Hanselaer. ‘We hebben subsidies gekregen om de komende drie jaar laagdrempelig theater te maken in de Vlaamse Ardennen. Ons volgende project, Luister naar mijn hand, is een voorstelling met scholieren uit een zesde middelbaar in Ronse, die het Nederlands nog niet goed machtig zijn. We matchen hen met blinde en slechtziende mensen, die de taal wél goed spreken. Spannend, want het blijft altijd afwachten of ze allemaal komen opdagen en we hebben maar tien repetities. Ik zie het als een labo waarin we werken met zowel de dromen als de gebreken van de deelnemers. We zien wel waar het schip strandt.’

De herinneringen aan zijn eigen schooltijd zijn dubbel. ‘Mijn vader nam me als kind vaak mee naar klassieke concerten, opera en theater. Op mijn zesde wist ik al wat ik wilde worden. Dat was handig, maar ergens ook niet. Al wat daar niets mee te maken had, serveerde ik direct af. Zowel de lagere als de middelbare school waren dus lastig. Het ging allemaal niet snel genoeg vooruit. Pas in het hoger, aan Studio Herman Teirlinck, werd het leuk. Het grappige is dat mijn elfjarige dochter wel heel graag naar school gaat. Ze vindt het ook leuk dat ik haar overal mee naartoe neem. Volgende week, tijdens een pedagogische studiedag, komt ze mee naar de voorstelling. Ze heeft altijd alles gezien, terwijl ik haar bewust nooit iets uitleg. Ik vind het beter dat ze haar eigen mening vormt. Ik lees zelf ook nooit programmaboekjes. Ik denk altijd: laat maar komen, lekker.’

tekst: Tom Peeters
beeld: © Tine De Wilde
artikel uit uitgekamd november 2025

Meer nieuws