Gemeenschapscentra

Van kerkfabriek tot kerkraad

05/11/25

In Wezembeek-Oppem staan drie katholieke kerken: de Sint-Jozefkerk in de wijk Schone Lucht, de Sint-Pieterskerk in Wezembeek en de Sint-Michielskerk in Oppem. Maar van wie zijn deze kerken eigenlijk? En nog belangrijker: wie zorgt voor het onderhoud en beheer?

uitgekamd 11/2025 p8-9

De katholieke kerken in onze gemeente

We gingen langs bij de kerkraad van de SintPieterskerk en de Heilige Michaëlkerk. Marc Vanderperren, voorzitter van de kerkraad, schetst de historische context: ‘Elke kerk heeft traditioneel haar eigen gemeenschap van gelovigen, de parochie. Omdat Wezembeek-Oppem halfweg de jaren vijftig drie parochies telde, zijn er vandaag drie parochiekerken. Maar omdat het aantal kerkgangers door de jaren heen daalde, heeft het bisdom in 2022 beslist om parochies zo veel mogelijk samen te voegen. Zo zijn de parochies van Sint-Pieter en van de Sint-Michielskerk samengegaan. Vandaag telt onze gemeente dus nog twee parochies en bijgevolg ook twee kerkfabrieken.’

De kerkfabriek en de kerkraad

De naam ‘kerkfabriek’ klinkt misschien wat vreemd, maar gaat terug op het Latijnse woord fabrica, wat ‘constructie’ of ‘bouw’ betekent. In de praktijk is een kerkfabriek een openbare instelling die instaat voor het beheer van de materiële middelen van een parochie. De kerkraad is het uitvoerend orgaan van de kerkfabriek en bestaat uit vijf leden en een vertegenwoordiger van het bisdom, die al hun taken uitvoeren op vrijwillige basis zonder enige aardse vergoeding. In Wezembeek-Oppem is die vertegenwoordiger pastoor Gert Verbeken. ‘Mijn aanwezigheid is eigenlijk puur pro forma’, legt Verbeken uit. ‘Ik open elke vergadering met een gebed, maar bij de beslissingen heb ik geen stemrecht.’ Alle beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen wordt het voorstel verworpen. Drie leden hebben uitvoerende taken. De vergadering wordt geleid door voorzitter Marc Vanderperren.

Daarnaast zijn er nog penningmeester Luc Boels, secretaris Daniël Heroes en twee leden: Frank Reinders en iemand die liever anoniem blijft. ‘Dat het allemaal mannen zijn, is puur toeval’, zegt Heroes. ‘Als de raad vernieuwd moet worden, doen we een publieke oproep. Maar eerlijk gezegd, daar komt meestal weinig reactie op. Zelf werd ik destijds persoonlijk aangesproken door pastoor Gert.’

Alle raadsleden hebben een sterke band met de kerk. Velen onder hen waren vroeger misdienaar of actief in de Chiro en sommigen lezen vandaag nog altijd voor tijdens de misvieringen. Kerkgangers zullen zeker Frank Reinders kennen: hij is de organist van dienst. ‘Ik speelde vroeger piano’, vertelt hij. ‘Sinds een jaar of zeven speel ik nu in beide kerken. Voor de viering begint, speel ik graag iets uit mijn eigen repertoire, maar tijdens de mis volg ik de richtlijnen van het bisdom. De muziek moet tenslotte de liturgie ondersteunen.’

De grootste zorg

‘Een kerkraad heeft eigenlijk een heel praktische taak’, legt penningmeester Luc Boels uit. ‘We moeten ervoor zorgen dat de kerkgebouwen en hun inboedel in goede staat blijven. Denk aan het onderhoud van de gebouwen, het orgel en alle andere materialen. Al moeten we erbij zeggen: enkel de Sint-Michielskerk is onze eigendom. De Sint-Pieterskerk is van de gemeente.’ Als penningmeester waakt Boels over de financiën. ‘Ik houd de inkomsten en uitgaven nauwkeurig bij. Voor de boekhouding gebruiken we ReligoSoft. Omdat we officieel als onderneming worden beschouwd, moeten we jaarlijks een jaarrekening indienen en zelfs een meerjarenbegroting opstellen.’

Het onderhoud van de kerken weegt daarbij het zwaarst door. Voorzitter Vanderperren verduidelijkt: ‘Om de vijf jaar laten wij de gebouwen grondig inspecteren door Monumentenwacht. Hun experts maken een gedetailleerd verslag op en die richtlijnen moeten we strikt volgen.’ Secretaris Heroes knikt instemmend: ‘Dat is geen overbodige luxe. Stel dat er tijdens een viering of een concert iets misgaat door achterstallig onderhoud, dan zijn wij als raad persoonlijk aansprakelijk.’ ‘Corona zorgde voor vertraging bij heel wat herstellingen’, vertelt Vanderperren. ‘Daardoor moeten we nu een inhaalbeweging maken. Voor de komende twee jaar gaat het om zo’n half miljoen euro aan werken.’

De inkomsten van de kerkfabriek zijn echter beperkt. ‘We krijgen een klein percentage van de opbrengsten van de parochieploeg en we verpachten enkele stukken landbouwgrond’, zegt Boels. ‘Maar dat levert amper enkele honderden euro’s per jaar op. Het is uiteindelijk de gemeente die onze jaarlijkse exploitatiekosten financiert, goed voor zo’n 35.000 euro in een normaal jaar.’ Vanderperren besluit: ‘De materiële kant is belangrijk, maar toch zie ik het werk van onze vereniging als iets tijdelijks. Het werk van de parochieploeg daarentegen, zij die ervoor zorgen dat de misvieringen goed verlopen: hun werk heeft de aura van het eeuwige.’

tekst: Karla Stoefs
beeld: © Tine De Wilde
artikel uit uitgekamd november 2025

Meer nieuws