Het levensverhaal van Luk Tegenbos: van Wezembeek-Oppem naar Buenos Aires
01/10/26
Het levensverhaal van Luk Tegenbos, van kinds af thuis in de Kam, zou moeiteloos een filmscenario kunnen zijn. Alles was een combinatie van toeval, geluk, de tijdsgeest en vooral van zijn creatieve en humoristische ingesteldheid.
‘Het was hier een dorp van keuterboeren, duivenmelkers en champetters’
Geus en kriek van voor de oorlog
‘Wezembeek-Oppem, dat is mijn jeugd’, start Luk. ‘We spreken over de jaren 60, toen het hier nog een dorp was van keuterboeren, duivenmelkers, champetters en postbodes die leden aan de beroepsziekte levercirrose. Regelmatig trok er een processie door het dorp, opgeluisterd door de twee rivaliserende fanfares, ‘Het Vlek’ en ‘Het Koper’. Na hun dorst gelest te hebben in de vele cafés probeerden ze samen te spelen’, lacht hij. Die herinnering verwerkte hij later in een lied dat hij componeerde voor het 30-jarige jubileum van de Kam.
‘Ook aan de jeugdbewegingen, eerst de Chiro en nadien de scouts, heb ik mooie herinneringen’, gaat hij verder. ‘Het was hier vroeger voor kinderen een grote speeltuin, met nog veel bos, kleine snoepwinkels en natuurlijk de Kam. Mijn grootmoeder, Fin, was de zus van tante Bertha, de grootmoeder van Leen (dochter van de laatste bierhandel van de Kam). Daardoor kwam ik er op familiefeesten en deed ik er vakantiewerk. Ik ging mee op hun bierronde.’
‘In de jaren 60 telde de Kam nog drie kelders waar bronwater van de beek doorheen liep, waardoor de temperatuur er in de zomer en de winter 20 graden bleef. Op een dag ontdekten ze er een oude voorraad geus en kriek, flesjes van voor de Tweede Wereldoorlog, toen mensen nog zelf bier brouwden. Het was een mooie dag, want het bier bleek nog perfect drinkbaar.’
Ene met hesp …
De Kam vormde begin jaren 70 ook het decor voor de eerste foto’s van de muziekgroep ‘Luk Tegenbos Smart Ensemble’. ‘We brachten muziek in combinatie met humoristisch theater. Een paar leden van de band, onder wie ikzelf, studeerden toen grafiek op Sint-Lucas, wat je terugzag in onze decors en kostuums. De bezetting wisselde voortdurend. Big Bill, Armand Hombroeckx, later bekend van de hit Ene met hesp, is bij ons begonnen.’
‘We kregen destijds, dankzij een passage bij Omroep Brabant, de kans om op televisie op te treden. Ik trommelde iedereen op die een muziekinstrument kon vasthouden. De scène stond stampvol. Na dat tv-optreden ging het snel. We traden enkele jaren intensief op, zelfs tot in Friesland. Maar de hoeveelheid materiaal en de grote groep muzikanten maakten het moeilijk vol te houden. Toen heb ik beslist: als ik ooit nog muziek maak, dan met een kleine groep en een klein instrument.’
‘Aangezien Patagonië aan de andere kant van de wereld ligt, was in onze verbeelding alles er ook tegengesteld aan wat we hier kennen’
De Patagonische wind spaart vrouw noch kind
Eind jaren 80 werd het kunstcollectief Fundación Patagonista (FP) opgestart door Dree Peremans, Dirk Van Esbroeck en Luk als secretaris, huiskalligraaf, tentoonstellingsbouwer en één van de kunstenaars. ‘De FP had slechts één statuut: de belangen verdedigen van Patagonië in binnen- en buitenland’, vertelt Luk. ‘Met als slogan ‘De Patagonische wind spaart vrouw noch kind’.’
‘Dree Peremans presenteerde in die tijd het radioprogramma Het einde van de wereld. Over Patagonië bezat hij meer dan 600 boeken, het merendeel geschreven door mensen die er nooit geweest waren. Dat mythische land met zijn felle wind sprak tot de verbeelding. Ook het Yahgan-volk dat er oorspronkelijk leefde, inspireerde. Hun mooie uitspraak Omilh me ya werd door de FP als leuze overgenomen. Vrij vertaald betekent het: ‘Tevreden ben ik’. Voor de Yahgan was het een uitroep na een overvloedige maaltijd. Bij de FP draaide het vooral rond grappige, surrealistische kunst als tegengif tegen de saaiheid van het bestaan. Er volgde een explosie van creativiteit: performances, tentoonstellingen en allerlei projecten.’
‘Aangezien Patagonië aan de andere kant van de wereld ligt, was in onze verbeelding alles er ook tegengesteld aan wat we hier kennen. Zo ontwierp ik bijvoorbeeld de tegenwind-wagen, een fictief voertuig dat zijn energie uit de lichaamswarmte en het biogas van de bestuurder haalde en ook uit tegenwind. Een ecowagen zijn tijd ver vooruit, met als enig mankement: eens in beweging, kon hij niet gestopt worden.’
‘Een ontmoeting met de toenmalige minister van Financiën, Guy Vanhengel, die een samenwerkingsakkoord onderhield met Argentinië, leidde tot een tentoonstelling van meer dan 40 kunstenaars in Buenos Aires. Op de receptie van de tentoonstelling werd Belgisch bier geschonken, iedereen had ongeziene dorst. Een onvergetelijk avontuur.’
Het ukulogisch museum
Bij al die activiteiten hoorde ook muziek. En zo kwam de ukelele (een kleine, viersnarige gitaar, red.) in beeld. ‘Samen met Peter Van Eyck en Jan De Smet richtten we het toekomstige ukelelemuseum op, met daarin vooral zelfgebouwde instrumenten. We trokken rond met een muziekprogramma waarin ook kunst en wetenschap een plaats kregen. Eén van onze laatste voorstellingen speelden we in de Kam. Daarna kwam corona, en toen vonden we dat het mooi was geweest. Gelukkig zal het hele project niet verdwijnen, want er wordt volop aan een boek gewerkt.’
Tekst: Karla Stoefs
Foto: © TDW
Uit: uitgekamd oktober 2026