submenu

Peter Kirschen stopt na 50 jaar met Kipar - 03/06/2021

Ondernemer, zowel op de grond als in de lucht

Peter Kirschen (70) uit Wezembeek-Oppem ken je misschien van zijn winkel Kipar, een zaak in auto-onderdelen en toebehoren in de De Grunnelaan 5. Hij loopt tegen zijn pensioen aan na een rijkelijk gevuld werkleven. ‘Ik wil nog het vijftigjarige bestaan van de zaak vieren. Ik zoek al lang een overneme

Dat is niet de enige reden waarom uitgekamd hem opzocht. Het levensverhaal van Peter John Kirschen leest als een groot avontuur waarin ondernemerschap, durf en hard werken centraal staan. ‘Mijn familienaam is van Roemeense oorsprong’, legt Peter uit. ‘Mijn grootvader Charles Kirschen was een Roemeen, hij kwam in 1905 samen met een nonkel naar België. Hij wilde een groothandel in granen beginnen in de haven van Antwerpen. Hij deed goede zaken en werd daarna een succesvolle wisselagent. Zijn zaak bestaat vandaag overigens nog altijd. Hij trouwde en kreeg kinderen, onder wie mijn vader Edouard ‘Teddy’. Die moest samen met zijn vader vluchten tijdens de oorlog. Ze zijn via Frankrijk over de Pyreneeën naar Spanje gevlucht. Daar was dictator Franco aan de macht. Ze belandden in de gevangenis in Miranda, maar zijn kunnen vluchten naar Engeland. Mijn vader werd piloot, ging trainen in Canada en was gevechtspiloot tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij vloog met de Hurricane, een populair jachtvliegtuig van de RAF. Na de oorlog trok hij naar Congo met mijn moeder en zocht er een job.’ 

Polio in Congo  

En daar werd Peter Kirschen in 1951 geboren in Belgisch Congo, in Albertville (vandaag heet die stad Kalemie), op 300 kilometer van Bujumbura (Burundi). Maar toen hij elf maanden oud was, sloeg het noodlot toe. ‘Ik kreeg polio. Het tekende mijn verdere leven, want ik heb één beenspier die maar vijf procent kracht heeft. Mijn ouders besloten om terug te keren naar België. Mijn vader werd in 1952 piloot bij Sabena. Dat was iets heel anders dan zijn droomjob als piloot van een gevechtsvliegtuig. Ik keek op naar mijn vader en wilde ook piloot worden. Ik ging naar de medische chef van Sabena, maar ik had nog steeds te weinig kracht in mijn been en geraakte niet door de medische schifting. Ik zocht daarna een job, want de school was niet meteen mijn geliefkoosde plek. Ik ging aan de slag als magazijnier voor een groot bedrijf in autowisselstukken en bijhorende onderdelen of producten zoals olie en gereedschap in Schaarbeek. Na mijn uren bezocht ik zelf garages om machines en wisselstukken te verkopen.’ 

Kipar  

Daar zat geld in en Peter besloot om de stap van werknemer naar zelfstandige te zetten. ‘Ik richtte samen met mijn toenmalige vennoot Parmentier het bedrijf Kipar op. Die naam is pas tot stand gekomen bij het ondertekenen van de oprichtingsdocumenten van de vennootschap bij de bank. We hadden nog niet over een naam nagedacht en we gebruikten dan maar de eerste letters van onze beide familienamen. Dat was in 1972, we begonnen met 30.000 oude Belgische frank (ongeveer 750 euro, n.v.d.r.), op de hoek van het Sint-Pietersplein aan huisnummer 10 in Wezembeek-Oppem.’ 

‘Ik kende meteen tegenslag: enkele maanden later verliet mijn vennoot de zaak en ik bleef achter met de schulden.’ En toen kwam daar nog de eerste oliecrisis in november 1973 bovenop … ‘Ik had net daarvoor nog 3.000 bougies gekocht. Plots zakte de vraag naar auto-onderdelen door de crisis in elkaar. Ik zat uiteindelijk met een schuld van 50.000 frank (1.250 euro), kon niet meer slapen en trok naar de bank. Ik was 22 jaar. De bankier vroeg me: ‘Welke waarborg kan u geven?’ Ik antwoordde: ‘Ik geef u mijn woord.’ Mijn vader kwam dat te weten en besloot om mij het geld te lenen. Uiteindelijk wist ik achteraf dat de bankier de lening wel wilde geven, maar niet mocht van zijn overste. Ik huurde in 1976 de tuin van het huis waar ik nu gevestigd ben en had toen een Volvo-collectie. De zaak groeide en ik huurde de schuur erbij. Ik zocht extra jobs om alles te betalen: ik werkte ‘s avonds in een restaurant. Maar mijn droom om te vliegen had ik nog altijd niet opgeborgen. Ik zag in de krant dat Sabena een steward zocht voor vijf jaar. Dat was iets voor mij, ik had immers ook horecaervaring. Ik ging naar de medische dienst en het verdict was opnieuw duidelijk: te weinig kracht in één been, dat korter is, en een knik in de ruggengraat. Dat zou later voor gezondheidsproblemen kunnen zorgen. Ik nam pen en papier en ondertekende een wit blad. ‘Ik neem de volledige verantwoordelijkheid, dan nemen jullie geen risico’, zei ik tegen de medische staf.’ 

Droom waargemaakt  

Daarna volgde Peter een opleiding om steward te kunnen worden. Hij ging ook langs de examenjury voor een diploma. ‘Dat was een lange lijdensweg, maar het lukte. Ik vloog tijdens de weekends als steward. Later kon ik na heel wat zelfstudie en examens derde man in de cockpit worden en uiteindelijk vloog ik ook als piloot met de DC3, DC4, DC6, Airbus 340 ...’ 

 ‘Al die verschillende jobs combineren was een huzarenstuk. Ik was piloot en zaakvoerder van Kipar. In het weekend was ik ook vliegveldcommandant, gids bij Brussels Airport, lid van Sabena Aeroclub en ik herstelde oude vliegtuigen. In 2001 viel het doek over Sabena. Ik bleef mijn zaak Kipar voortzetten en ik ben ook nog altijd twee keer per maand op het vliegveld van Saint-Ghislain en het vliegveld van Cerfontaine aanwezig als vliegveldcommandant. Momenteel werkt er nog één bediende bij Kipar, in de glorietijden werkten hier zes mensen. Ik heb twee kinderen, maar die zijn niet geïnteresseerd om Kipar over te nemen. Op 6 juli 2022 vier ik 50 jaar Kipar. Is er dan geen overnemer, dan zet ik de zaak stop. Of ik het spreekwoordelijke zwarte gat vrees? Helemaal niet. Stilzitten, dat staat niet in mijn woordenboek, ik heb nog wel wat projecten die ik wil realiseren …’, besluit Peter. 

Tekst: Joris Herpol 
Foto: © Tine De Wilde 
Uit: uitgekamd juni 2021