submenu

De Kringlooptuin van Eddy Taelemans en Josiane Decock - 04/05/2021

Terrassen om uit te kiezen

Eddy Taelemans is geen onbekende in Wezembeek-Oppem. Samen met zijn vrouw Josiane Decock woont hij in zijn grootouderlijke huis in de Beekstraat. Het markante aan hun tuin is dat de hele inrichting duurzaam gebeurde, met recuperatiemateriaal.

Eddy Taelemans is een geboren en getogen Wezembeek-Oppemnaar. Velen kennen hem als een cultuurminnend man. Zo speelde hij onder andere lange tijd bij de Oppemse theatervereniging De lustige ambachtslieden, waar hij ook voorzitter van was. En van bij de opstart van gemeenschapscentrum de Kam tot in 2004 zetelde hij er in de bestuurscommissie en later ook in de programmeringscommissie. Hij is dus ook geen onbekende voor GC de Kam. 

Place de l’apéro  

Tot aan zijn pensioen werkte Eddy als bouwkundig tekenaar bij de voormalige Volkswagenfabriek in Vorst. Het creëren van dingen ligt hem duidelijk. Eerst renoveerde hij en zijn vrouw eigenhandig hun woning tot een prachtige, rustieke hoeve, daarna volgde de tuin. Omdat de tuin vrij stevig helt, kozen ze voor terrassen die vloeiend in elkaar overlopen. Aan de straatkant bevindt zich het ‘onthaalterras’, waar ze in betere tijden gemoedelijk met vrienden een glas dronken. Dit stuk tuin is gezellig ingericht met een waterpartij, een tafel, wat stoelen en een bordje met ‘Place de l’apéro’. Het kleine vijvertje is de biotoop van hun huiskikker. ‘We zien hem al enkele jaren op rij’, zegt Josiane. ‘Eerst dachten we dat hij naar de vijver zou trekken, maar het bevalt hem hier.’ 

Rondom hangen overal vogelkastjes. ‘We zien hier mezen, winterkoninkjes, merels, mussen, roodborstjes … Wakker worden van hun getjilp is een plezier’, knikt Eddy. ‘Omdat we lange tijd niet op reis zijn gegaan, zijn er ook wat ‘coronacreaties’ in onze tuin bijgekomen, zoals een insectenhotel en een boomhut.’ 

Het zonneterras 

Een fraaie, grijze, arduinen trap leidt ons naar het eerste terras: het zonneterras. ‘De treden van de trap komen van op de Varkensmarkt (de Hernalsteen). Het zijn boordstenen. Toen de aannemer ze daar verwijderde, hebben wij ze gekocht. Op mankracht zijn ze hier binnengedragen’, zegt Eddy. ‘Het gebruik van materiaal dat elders niet meer dient, is een constante in onze tuin. Ik let er op dat het duurzame materialen zijn. Zo’n dorpel gaat eeuwig mee.’ 

‘Het gebruik van materiaal dat elders niet meer dient, is een constante in onze tuin’ 

Hier heb je altijd zon en zoals je merkt, staat hier maar één rustzetel’, grapt Josiane. ‘Alleen ik maak er gebruik van, want Eddy is altijd bezig in de tuin.’ 

Aan het zonneterras grenst een eerste serre. ‘Op steunbalken die in een vorig leven dienst deden als telefoonpalen rust een ijzeren frame gemaakt van buizen waarmee de witloofboeren hun grond verwarmden. Daaroverheen komt stevig plastic dat bestand is tegen uv-licht’, toont Eddy. 

‘Eddy’s motto is: Waarom zou je nieuwe dingen kopen als oude dingen goed herbruikbaar zijn’, gaat Josiane verder. ‘Deze serre is hij nu in gereedheid aan het brengen voor sla en komkommers. In de tweede serre die wat verderop staat, komen tomaten.’ 

Moestuin  

In de moestuin staan nog wat wintergroenten: prei, kolen en spruiten. ‘Mijn schoonvader was tuinier en ik hielp hem vaak’, zegt Eddy. ‘Het buiten zijn, maar ook de seizoenswisseling, de winter waarin zo goed als niets groeit en dan de lente waarin alles ontluikt, dat bevalt me wel. Na de zomer spit ik de vrije grond om in winterruggen, diepe voren waarin alles kapotvriest. Als we het stuk nadien terug in gebruik nemen, komen daar de meststoffen in. Geen chemische producten, maar vloeibare zeewierkalk, en niet te veel, want anders verbranden de gewassen. Soms is het ook goed om de grond eens een jaar niet te bemesten. Tussen de groenten plant ik bloemen: tagetes, voor de bijen en vlinders.’ ‘We zijn nu zo lang bezig,’ vervolgt Josiane, ‘en nog steeds leren we bij, we moeten ons blijven aanpassen aan de natuur en haar veranderingen: de tomaten zijn vorig jaar mislukt omdat de zomer te heet was.’ 

‘Een waterput hebben we niet, maar we zijn ook niet aangesloten op het stadswater. We pompen zelf grondwater op’, verklaart Eddy. ‘Er zijn kaarten beschikbaar waarop je kunt nagaan hoe diep je moet boren, hier was dat 30 meter, maar wat verderop moest een vriend nog 17 meter dieper boren. Ieder jaar laten we testen of het water drinkbaar is, maar tot hiertoe was er geen probleem. Je betaalt de installatie en het onderhoud van de pomp, maar als je alles uitrekent heeft dat goed geloond.’ 

Schapenwei  

Voor het huis ligt er een weide waarop ze schapen houden. ‘Vroeger hielden we daar ook kippen en kalkoenen, maar meneer de vos kwam langs’, zegt Josiane met spijt. 

‘Het is agrarisch gebied, het is niet onze eigendom, maar we zorgen al 40 jaar dat het netjes blijft. De mest van de schapen delen we met andere tuiniers, zodat niets verloren gaat’, zegt Eddy. ‘Mensen met kinderen houden vaak even halt bij de dieren. Ook de kleuters van het Heilig Hartcollege komen daar graag langs en dan brengen ze ook een bezoek aan mijn tuin. Voor hen ben ik boer Eddy.’ 

Tekst: Karla Stoefs 
Foto: © Tine De Wilde 
Uit: uitgekamd mei 2021