submenu

Thibault Danthine rijdt als koetsier door Brussel   - 03/03/2021

‘Elke rit is anders’ 

Voor toeristen die een stad willen ontdekken, is een ritje met paard en koets een ideale optie. Wezembekenaar Thibault Danthine kon zijn passie voor paarden koppelen aan een job en rijdt als koetsier in Brussel rond. 

Je een van de personages wanen uit de populaire Netflixreeks Bridgerton of de romans van Jane Austen, dat kan in Brussel. Sinds september 2013 rijden er paarden met koetsen door de binnenstad, die je terugbrengen naar de 19e eeuw. En dat in een prachtig middeleeuws decor. Van op de Grote Markt gaat het onder meer langs Manneken Pis, de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen en de Beurs. De initiatiefnemer van deze nostalgische ritjes is Thibault Danthine. Hij is geboren in de Condroz, in de provincie Namen, maar woont nu – na een tussenstop van een tiental jaren in Schaarbeek – anderhalf jaar in Wezembeek-Oppem. 

‘Tot meer dan twintig jaar geleden reden er af en toe koetsen door Brussel, maar de man die dat deed is ermee gestopt, omdat hij te oud werd en geen opvolger kon vinden’, vertelt hij over hoe zijn loopbaan als koetsier begon. ‘Ik ben zelf al dertig jaar met paarden bezig, onder meer in de mensport. Paarden zijn een deel van mijn leven. Ik zocht een baan waarin ik die liefde voor paarden kon matchen met een job als zelfstandige.’ Inspiratie voor zijn nieuwe baan vond hij in Brugge, de stad waar naast boottochtjes op de reien ook een ritje met de koets op het programma van elke toerist staat. ‘Vanuit mijn ervaring met het mennen van paarden, kende ik enkele Brugse koetsiers. Dat heeft me aan het denken gezet. Net als Brugge is Brussel een mooie stad, met veel autovrije straten. De binnenstad is Unesco-werelderfgoed. Ideaal dus voor paarden met koets. Ik wist dat het een succes zou zijn. 

Met vakantie in Diegem  

Thibault diende een dossier in bij de stad, en kreeg een concessie om met paard en koets rond te rijden. Ondertussen heeft hij twee koetsen, vijf paarden en vier koetsiers, die normaal gezien alle dagen van de week in de hoofdstad rondrijden. Normaal gezien, want – geen verrassing – ook hier strooide corona roet in het eten. ‘Sinds half oktober rijden we helemaal niet meer’, zegt Thibault. ‘De maanden voordien was het natuurlijk ook al veel minder. In de zomer mochten we wel rijden, maar er kwamen amper toeristen. Ondertussen is bijna een heel jaar verloren.’ 

Door corona staan de paarden van Thibault nu werkloos op een weide in Diegem. ‘Bij het begin van de lockdown, vorig jaar in maart, ging ik gewoon verder met de trainingen van de paarden. We leefden toen nog met het idee dat het niet zo lang zou duren. Ik wilde dat ze snel klaar zouden staan, zodra we weer zouden mogen uitrijden. Ondertussen beseffen we dat een nieuwe start niet voor morgen zal zijn, en de paarden hebben vakantie. Dat neemt niet weg dat we ze goed blijven verzorgen. Ze krijgen elke dag supplementaire voeding zoals hooi, want in de winter groeit er geen gras op de wei.’ 

Rubberen hoeven  

Als Thibault over zijn paarden spreekt, merk je dat de dieren zijn passie zijn. ‘Mijn koetsiers en ik houden van paarden. Hun welzijn is voor ons het allerbelangrijkste. De paarden rijden nooit twee dagen na elkaar. Na een dag werken hebben ze een rustdag. Als het in de zomer warmer is dan dertig graden, rijden we niet. De hoeven zijn speciaal gemaakt met rubber, zodat het comfortabeler is om over de kasseien te lopen. Het parcours is vlak en we gaan nooit in draf. We laten ook nooit meer dan vier volwassenen of een gezin van vijf in de koets toe, ook al is er plaats voor meer mensen. We doen alles om de paarden zo goed mogelijk te behandelen.’ 

Altijd anders  

Thibault kijkt uit naar het moment waarop hij opnieuw met toeristen mag rondrijden in onze hoofdstad. ‘Het is een ongelooflijke job. We ontmoeten mensen van over de hele wereld, van Argentinië tot China. We spreken veel met onze klanten. Uiteraard geven we uitleg over de stad, maar vaak wordt het gesprek een dialoog. Elke rit duurt dertig minuten, het parcours is altijd hetzelfde, maar toch is elke rit anders.’ 

Als koetsier in Brussel is Thibault bevoorrecht om te kunnen werken op een van de mooiste plekken van het land. ‘Zelfs na meer dan zeven jaar ben ik nog altijd onder de indruk van de Grote Markt. Dat is zo’n prestigieuze plek, echt uniek.’ 

Heeft hij ook in Wezembeek-Oppem een favoriete plek? ‘Sinds augustus 2019 woon ik in Wezembeek-Oppem, in de Astridlaan. Als ik mijn huis uitstap, ben ik meteen tussen de velden. Heerlijk om daar met de hond te gaan wandelen. Ik hoef niet ver te gaan om een mooi plekje te vinden. Ik ben een gelukkig man’, besluit hij.  

 

Tekst: Wim Troch 
Foto: © Tine De Wilde 
Uit: uitgekamd maart 2021